top of page

Herziening Deventer Moordzaak moet: miskleun in advies aan Hoge Raad

Wellicht heeft de lezer gezien dat in de beruchte Deventer Moordzaak, waarin Ernest Louwes destijds is veroordeeld voor de Deventer moord op de van oorsprong uit Rijen afkomstige weduwe Wittenberg, een advies is verschenen van advocaat-generaal Aben, over het herzieningsverzoek van Geert-Jan en Carry Knoops, de advocaten van Louwes. Dat advies van Aben is gericht aan de Hoge Raad, die op 19 december a.s. uitspraak moet doen, en luidt als volgt: er is geen reden voor ernstige twijfel aan de juistheid van de veroordeling [van Louwes] (advies van Aben aan de Hoge Raad, paragraaf 339). Vanwege miskleunen in het advies denken wij dat er juist zwaarwegende redenen voor de Hoge Raad zijn om de zaak wèl te herzien. Hier presenteren we kort zo’n miskleun.

Het betreft het idee dat het DNA-materiaal van Louwes op de blouse van de weduwe aantoont dat Louwes de moordenaar is. De verdediging heeft hier gevraagd om nadere toetsing van het onschuldscenario: het scenario waarin DNA van de onschuldige Louwes, eerder op de dag van de moord, op de blouse van de weduwe is gekomen door zakelijk contact (Aben, paragrafen 8 en 16). We leggen dit kort uit.

Op de blouse van de vermoorde weduwe is een DNA-vlekkenpatroon aangetroffen. Deskundigen van het NFI en de deskundige Whitaker hebben op verzoek de vraag beantwoord of dit vlekkenpatroon het resultaat is van het geweld dat Louwes zou hebben uitgeoefend op de weduwe tijdens de moord, of slechts van het zakelijk contact dat Louwes had met de weduwe (Aben, paragrafen 202-209). In dat laatste geval was de weduwe ’s morgens een zakelijke brief aan het voorlezen in het bijzijn van haar financieel adviseur Louwes en werd zij later die dag door een ander op vreselijke wijze vermoord.

De deskundigen werden expliciet gevraagd om hierbij rekening te houden met het feit dat Louwes leed aan hooikoorts, meer dan gemiddeld speeksel verspreidde in gesprekken, en de neiging had om tot bloedens toe aan zijn nagelriemvelletjes te pulken (Aben, paragraaf 205).

Uit de rapporten (Aben, paragraaf 16) die het NFI en Whitaker hebben opgemaakt, blijkt dat zij bij hun toetsing ervan uit zijn gegaan dat Louwes vóór de weduwe stond toen zij de brief voorlas waarop Louwes commentaar gaf. Met Louwes in die positie verwacht je een DNA-vlekkenpatroon van willekeurige plekken op de voorkant van de blouse. Whitaker zegt: “(…) als het DNA van de heer Louwes was overgedragen, zou ik verwachten dat dit DNA voornamelijk naar de voorkant van [de blouse] zou zijn overgebracht in plaats van naar gebieden aan de achterkant/nek (…)”. Dat is niet het DNA-vlekkenpatroon wat is aangetroffen. Dus zou je concluderen: het onschuldscenario is onjuist en het DNA van Louwes is door geweld op de blouse van de weduwe gekomen. Die conclusie trekt Aben in paragraaf 208.

Maar nu komt het. De verdediging van Louwes heeft juist aangegeven dat binnen het onschuldscenario dat zij getoetst wil hebben, de positie van Louwes ten opzichte van mevrouw Wittenberg cruciaal is. De deskundigen moeten niet vergeten dat Louwes, volgens Geert-Jan en Carry Knoops, schuin achter de weduwe stond! Wanneer Louwes schuin achter de weduwe stond, verwacht je precies het DNA-vlekkenpatroon dat gevonden is: geconcentreerde plekken rond schouder, kraag en nek! Terwijl datzelfde patroon in het schuldscenario van geweld en moord juist heel merkwaardig en zeer raadselachtig is.

In het advies aan de Hoge Raad zit dus een fundamentele bias en impliciete aanname verstopt: Aben, NFI, en Whitaker gaan er stilzwijgend vanuit dat Louwes vóór de voorlezende weduwe stond. Maar dat is niet het onschuldscenario wat getoetst moest worden aan het DNA-vlekkenpatroon – een miskleun van jewelste. Aben adviseert de Hoge Raad dus aan de hand van een verkeerde toetsing! Was de juiste toetsing voorgelegd aan de deskundigen dan was het onschuldscenario als waarschijnlijkste scenario aangewezen en moet de zaak herzien worden.

De Hoge Raad moet dus niet afgaan op het advies van Aben, maar op de uitleg van de experts van de verdediging. Kortom, de Hoge Raad moet hier zelf durven denken en concluderen dat de Deventer Moordzaak wel degelijk herzien moet worden.


Herman de Regt en Hans Dooremalen

Beiden zijn wetenschapsfilosoof aan Tilburg University


Op 2 november a.s. organiseert Studium Generale van Tilburg University een kort programma over de Deventer Moordzaak met emeritus-hoogleraar Ton Derksen onder de titel ‘Twijfel in de Deventer Moordzaak?’.


Comments


bottom of page